7 Verwachting

Er is een nauw verband tussen iets verwachten en frustratie.

Als we iets doen bijv. een reis , dan maken we op voorhand een idee, een scenario van hoe dit er zou moeten uitzien wil het voor ons goed aanvoelen. We hebben dus een bepaalde verwachting. Slaat het tegen, dan zijn wij gefrustreerd en zullen de volgende keer onze verwachting bijstellen.
Bij goed functioneren zijn verwachtingen enerzijds realistisch en kan de frustratie dus nooit groot zijn, we zijn sneller tevreden. Anderzijds worden onze emoties op een juiste manier aangewend en hebben we goed functionerende coping geïnstalleerd zodat we tegenslagen beter kunnen verwerken.
Functioneren we minder goed dan is de kans op frustratie groot en zal in dat geval eveneens de verwachting bij een volgende keer groter zijn , omdat het frustratiegevoel moet ongedaan gemaakt worden. Het is duidelijk dat hierdoor een zichzelf in stand houdend systeem van ontgoochelingen kan ontstaan.
We zouden kunnen veronderstellen dat bij perfect functioneren zelfs alle verwachtingen wegvallen. Er zijn dan zijn dan enkel ”gebeurtenissen” en hoe wij daarmee omgaan om het te verwerken.

In relaties zijn bij werkelijk genitaal functioneren wellicht frustraties en verwachtingen onbestaande, alle behoeften zijn immers voldaan.

Meestal is dit niet het geval en zijn we nog ver verwijderd van dit optimaal functioneren. We zullen nog de behoefte tot waardering hebben en deze waardering zoeken in relaties met anderen rondom ons. Wij zullen dus verwachtingen hebben van al deze mensen.

En zeker in liefdesrelaties zullen wij vaak bepaalde frustraties via het revanche -mechanisme willen ongedaan maken door tussenkomst van die andere persoon. Bij grote frustratie uit zich dat in het hebben van bepaalde onrealistische verwachtingen naar de partner toe.

Een patroon van blijven proberen wordt gevormd met steeds maar meer opgestapelde frustratie. Men kan immers niemand veranderen in een persoon die reageert zoals men zou willen.

De ontgoocheling treft meestal beide partners omdat zij elk hun eigen specifieke verwachtingen hebben maar zij reageren elk op hun eigen manier op de opgelopen frustraties met eigen afweersystemen, manieren van functioneren of psychische stoornissen.
In sommige gevallen leidt het tot zichzelf wegcijferen voor de andere of soms komt het tot agressief gedrag.
In onze maatschappij zijn het vooral vrouwen die “te veel houden van” hoewel er zeker ook mannen zijn die té veel investeren in een relatie.

Er is een verband met de fixatie in de orale fase : het gevoel van niet aanvaard zijn en machteloos staan daartegenover zodat men zijn eigen behoeften wegcijfert om toch maar goed gevonden te worden. Wellicht blijven meer vrouwen steken in de orale fase dan mannen door tekort aan aandacht voor meisjes .

Het agressief gedrag zou eerder bij mannen voorkomen.

Er rust echter een maatschappelijk taboe op mishandeling van mannen door vrouwen. “Watjes” worden minachtend bekeken in onze “mannenwereld” van de patriarchale maatschappij. Onderzoekingen brachten aan het licht dat bij mishandeling in een relatie evenveel keer mannen het slachtoffer zijn als vrouwen. Gaat de agressieve man eerder zijn vrouw slaan en schoppen, dan gaan vrouwen eerder gebruik maken van pijn veroorzaken, door bijv. kokend water te gebruiken. Bovendien is er bij mishandeling ook altijd sprake van een psychische component, namelijk vernedering, en dit wordt zowel door mannen als vrouwen evenveel gebruikt .Gelijkheid tussen mannen en vrouwen krijgt hier wel een bittere bijsmaak.

Een groot deel van relatie-ellende blijft echter verborgen in zogenaamde “normale” relaties die weliswaar bijeenblijven maar waar de partners zich niet gelukkig voelen of depressief worden. Zelfs een uiteindelijke breuk is nog geen garantie tot geluk.

Verwachtingen hebben een link met voorwaardelijke liefde : “ik zal van je houden als je zus of zo bent, of als je dit of dat doet”. Het zou kunnen dat men hier via het “slachtoffer wordt dader”-principe een tekort aan onvoorwaardelijke liefde met een hechtingsfiguur probeert te verhalen op de partner.
Verwachtingen hebben ook een link met “niet kunnen genieten in het hier en nu”. Immers , hetgeen men verwacht, moet zich altijd realiseren in de toekomst. Men creëert dus een verlangen, een hunkering waarvan de bevrediging in de toekomst moet gebeuren. Zo loopt men eigenlijk constant gefocust op de toekomst en kan men niet tot rust komen in het nu.
Verwachtingen zijn onlosmakelijk verbonden met voorwaarden : “als dit of dat gebeurt, zal ik gelukkig zijn”. Meestal komt men dan echter tot de vaststelling dat het eigenlijk nog niet zo is, zonder te begrijpen waarom, en stelt men zijn verwachtingen bij : men zoekt een ander “doel” om na te jagen. Uiteindelijk kan men uitgeblust geraken of de moed verliezen dat men ooit gelukkig kan zijn.
Men maakt zich in het “nu” ook constant zorgen : “wat als het nu eens niet zo uitkomt, wat als het nu eens niet lukt, wat als….” . Dergelijke piekerende overwegingen dragen uiteraard niet bij tot een geluksgevoel.

Dr. Gerald Jampolsky schrijft in zijn boek : “Teach only love” hoe wij ons moeten ontdoen van verwachtingen :
Hij ondervond als dokter dat een mens geen angst voelt op het moment dat hij anderen helpt. Ook als therapeut voelen wij dat wij onze eigen zorgen vergeten wanneer wij ons empatisch naar de cliënt gaan opstellen en dat wij rustiger worden.
Jampolsky concludeerde dat zich opstellen met onvoorwaardelijk liefde naar een ander de manier is om jezelf te genezen van je eigen angst. Ga naar een ander toe met welwillende liefde zonder te oordelen, kijk wat deze persoon voor jou zal kunnen doen zonder op voorhand iets te verwachten. Neem daarvoor een houding aan van te kijken wat deze persoon jou zal kunnen leren i.p.v. omgekeerd, want anders verwacht je iets terug of wil je met je raad die persoon veranderen, vindt hij.

“Iets willen veranderen is een vorm van strijd, iets willen wat alleen in de toekomst mogelijk is, belet ons om nu gelukkig te zijn. Kies voor jezelf een doel dat nu kan worden bereikt”, d.w.z. leer minder te verwachten.
Ook ongevraagd raad geven blijkt dus een vorm van verwachting creëren, van voorwaardelijk omgaan.

vervolg : hoofdstuk 8 praktijkvoorbeelden

5 Afweersystemen

broken

Het oplopen van frustratie voelt dermate ongemakkelijk aan dat wij dit gevoel zoveel mogelijk zullen proberen afweren.

Iedereen gebruikt afweersystemen in meerdere of mindere mate , het is een bijkomende mogelijkheid wanneer de emoties te kort schieten om van frustraties af te raken . Naast psychisch slecht beginnen functioneren kunnen we het overmatige gebruik van afweer beschouwen als vast komen te zitten in neurotische of soms psychotische systemen door het niet kunnen verwerken van frustraties, het is te veel geworden.
Volgens prof. Dr. P.C.Kuiper is het zelfs zo dat bij bepaalde typen neurosen of psychosen voornamelijk van bepaalde afweersystemen gebruik gemaakt wordt, ze zijn als het ware een kenmerk van de psychische staat waarin men verkeert.
Zo stelt hij vast dat iedereen afweer gebruikt maar er tegelijk eigenlijk het slachtoffer van is, aangezien het soms leidt tot vastgelopen situaties die onaangenaam zijn , niet alleen voor degene die met de afweer geconfronteerd wordt, maar ook voor degene die afweert zelf.
Hij onderscheid volgende afweersystemen:
1 verdringing

Eén van de meest gebruikte afweersystemen is verdringing : een behoefte lijkt afwezig, bijv. de seksuele behoefte. Of men heeft een emotie verdrongen, bijv. boosheid of angst. De behoefte of emotie wordt volledig naar het onbewuste terug gedrongen, men is er zich niet meer van bewust.

2 overdekking door het tegendeel

De overbezorgdheid is daar een voorbeeld van. In feite voelt men impulsen die niet in overeenstemming zijn met wat de omgeving zou verwachten. Een vijandigheid of boosheid kan niet toegelaten worden en een vorm van liefde wordt gebruikt om de gevoelens van ergernis te onderdrukken, in dit geval een overmatige bezorgdheid die voor de betrokkenen in feite onaangenaam is.

3 projectie

We menen in anderen te ontdekken wat we niet kunnen waarnemen in onszelf, wat als ontoelaatbaar beschouwd wordt in onszelf. Achterdocht is daar een voorbeeld van : je denkt dat anderen iets in hun schild voeren tegen jou of boos zijn op jou terwijl je eigenlijk zelf gevoelens van boosheid hebt. We menen dat anderen ons beschuldigen terwijl we eigenlijk onszelf beschuldigen.

4 verschuiving, verplaatsing (displacement)

We zijn boos op de ene, terwijl we ons daar niet van bewust zijn omdat we het niet kunnen toelaten het te uiten, en leven onze woede uit op de andere. Soms wordt de woede naar zichzelf gekeerd, zowel lichamelijk, door een mishandeling van ons eigen lichaam, als psychisch. Zo kan ook depressie beschouwd worden als het richten van de agressie op de eigen persoonlijkheid.

5 isoleren ten opzichte van het affect

Het gevoel wordt losgemaakt van de inhoud van bepaalde gedachten over bepaalde gebeurtenissen. Men weet het wel maar men voelt het niet, men rationaliseert het. Het verschil met verdringing is dat daar ook de cognitieve inhoud onbewust is. Isoleren bevat een hele groep van afweerfuncties en omvat allerlei technieken waardoor de verbinding van psychische inhouden, functies en structuren voor een zekere tijd wordt onderbroken. Ook splitting hoort bij deze groep, het is het splitsen van een persoon, bijvoorbeeld de moeder, in enkel goed of enkel slecht omdat men moeite heeft om met de ambivalente gevoelens om te kunnen gaan. Men kan niet aannemen dat de persoon in feite beide kanten heeft.

6 ontkenning, loochening

Dit is het niet kunnen waarnemen van iets in de buitenwereld, in de werkelijkheid. Soms is het doelmatig, zoals in de eerste fase van een rouwproces, maar het wordt ondoelmatig wanneer we bijv. niet meer kunnen de juiste maatregelen treffen.

7 regressie

Dit is het omgaan met een frustrerende ervaring door terug te vallen op een eerdere fase in de ontwikkelingcyclus. Dit is dus een terugvluchten naar een manier van zijn zoals in een vroegere fase. Het is dus in feite een positief adaptief proces . Blijft men in die fase steken dan spreekt men van fixatie .Dit is een blijven vasthouden aan de kenmerken van die vorige fase en dit belemmert ons te groeien naar genitaal functioneren toe.
Opmerking : Kuiper beschrijft ook een “regressie ten dienste van het Ik” die essentieel is voor de ontplooiing : “het wegzinken in of opstijgen naar een toestand van onbeschrijfelijk, ‘woordeloos’ geluk kan men zien als het hervinden van de veiligheid die men als kind bij moeder had.”

8 identificatie

Dit betekent zich vereenzelvigen met iemand, de expressie van iemand in woord en gebaar overnemen. Het is een afweermechanisme wanneer het dient om de angst en de gevoelens van onmacht weg te werken. Een gekende vorm daarvan is het Stockholmsyndroom waar men zich gaat identificeren met zijn agressor, bijv. bij een ontvoering.
Opmerking : Identificatie heeft ook een positieve kant, en is in die functie belangrijk voor de ontwikkeling, namelijk wanneer het kind zijn rolmodel gaat imiteren . Zo wordt hij aangeleerd hoe “mens” te zijn en welke regels in onze maatschappij gelden. Het hoort bij de opvoeding.

9 turning passive into active

Dit is het anderen actief aandoen wat men zelf heeft moeten ondergaan.” Slachtoffer wordt dader”. Men heeft zich vroeger onmachtig gevoeld en probeert dit te verwerken door nu zelf de macht te nemen over iemand (of iets) anders. Soms is dit mechanisme functioneel en kan daardoor een krenking verwerkt worden. Soms werkt het echter niet en wordt het geledene eindeloos aan anderen aangedaan.
Opmerking :Het wordt nog onderscheiden van het positieve systeem : iets doen in de omkering. Dit is namelijk iets (positiefs)aan anderen geven dat men zelf graag had gewild, bijv. een knuffel of iemand verwennen.

10 compensatie

Dit is een onbewuste manier om een frustratie niet te laten doordringen door zich intensief met iets anders te gaan bezighouden. Dit kunnen heel verschillende dingen zijn, gaande van zowel te veel werken, obsessief met een hobby bezig zijn, als zich wenden tot alcohol. Typisch is het drangmatige. We zouden kunnen stellen dat dit beantwoordt aan een vluchtgedrag.
Opmerking : veel gebruikt is sublimatie Sublimeren is eigenlijk geen afweer in die zin dat het een omzetten is van frustratie op een bepaald domein naar een ander domein waar er geen conflict in bestaat, dus de frustratie wordt in iets positiefs omgezet. Men blinkt er dan zelfs in uit en maakt door het tevreden gevoel de frustratie ongedaan.
Kuiper besluit : “Er is dus een groot onderscheid tussen de verschillende manieren om met frustraties om te gaan en om op innerlijke conflicten te reageren; sommigen zijn destructief, andere adaptief en constructief…Genezen van een neurose houdt ook in, wanneer de driften niet bevredigd kunnen worden, het zich verwerven van constructieve methoden om gevoelens van spanning, verdriet en angst te overwinnen….Uiteraard kan men niet zo maar zien of iemand werkelijk zijn verlangens kan bevredigen. Rusteloosheid, zich nooit kunnen ontspannen, geeft te denken.”
Een gevoel van niet tot rust kunnen komen is iets wat velen zullen herkennen. Binnenin voelt men een constante onrust en men verlangt naar “rust” zonder te weten hoe deze te bekomen. Daaraan verbonden is het niet kunnen genieten.
Daarnaast zijn er nog andere indicaties die erop wijzen dat men niet goed functioneert. Het terugdringen van de frustraties in het onbewuste gebeurt immers niet ongestraft, ze steken met de regelmaat de kop op en de afweersystemen blijven op de duur constant aanwezig. Maar men voelt zich niet gelukkig. Het is trouwens kenmerkend dat men gelijkaardige frustraties in het onbewuste als het ware bijeenplakt in clusters. Zo wordt de opeenstapeling op een bepaald moment te groot en wordt alles “te veel”.
Wanneer de eigen persoonlijkheid goed is ontwikkeld zal het zelfbewuste individu frustraties en tegenslagen verwerken, op een bewuste manier er mee leren omgaan, gewoon door emoties toe te laten : men is bang, blij, bedroefd, boos en kan er gewoon weg mee. Dit is een goede affecttolerantie.
Lijkt een van deze emoties bij ons afwezig, dan klopt iets niet, dan mogen wij voor onszelf concluderen dat we verdringing toepassen. Zelfs indien ons verstand daar een goede uitleg voor heeft (rationalisatie).
Nog een sterke indicatie is het afwezig zijn van seksuele verlangens. De behoefte aan seks is in feite primair daar ze gelinkt is aan de voortzetting van de soort. Ook in die afwezigheid blijkt dat onze onderliggende behoefte aan veiligheid niet voldaan is en dat wij onze angst verdringen.

Volgens het circulair systeemdenken kan elk psychisch disfunctioneren als een communicatiemiddel beschouwd worden . Wanneer men niet meer de mogelijkheid heeft om in woorden duidelijk te maken dat er iets scheelt, gebruikt men als het ware een symptoomtaal om dit te verwoorden. We moeten dus kijken wat er achter het symptoom schuilt, wat de cliënt probeert uit te drukken, waar hij geen weg meer mee kan.
Freud noemde het deel van het “zelf” dat een regulerende functie heeft het Ueberich, opgebouwd via de signalen die men ontvangt vanuit de omgeving. Het geweten is er een deel van. De signalen zijn vergelijkbaar met de strokes, het Ueberich is vergelijkbaar met cognities of interfererende karakters, die soms te streng zijn en een negatief zelfbeeld veroorzaken.
Bij de cognitieve therapie wordt aandacht besteed aan wat in de cliënt leeft onder de vorm van negatieve cognities. Deze uiten zich als foutieve basisideeën die spontaan door je hoofd gaan.

Bij focusing spreekt men van interfererende karakters die de vorm aannemen van figuren die als het ware aparte stemmen hebben in je hoofd.
We kunnen interfererende karakters onderscheiden in 2 soorten :
degenen die kritiek geven en het zelfvertrouwen onderuithalen, afbrekende aangeleerde negatieve cognities. Iedereen voelt de behoefte geliefd te worden, de behoefte aan waardering die moet vervuld worden. De” interne criticus” werd ons aangeleerd door het teveel ontvangen van negatieve strokes. Het geeft aan een individu de boodschap dat hij niet o.k. is of iets niet o.k. doet. Telkens wanneer wij onszelf betrappen op een eigenschap die niet aanvaardbaar wordt geacht, zullen wij proberen deze te onderdrukken en naar het onbewuste te verplaatsen want dit leidt tot grote angst.
Daarnaast hebben we degenen die ooit als bescherming werden geïnstalleerd, als afweermechanisme, om grote angst om niet aanvaard te worden af te weren. Ze kunnen nuttig zijn maar werden op een bepaald moment onconstructief.

Zolang we het nodig hebben afweer te gebruiken betekent dit immers dat onze affecttolerantie nog niet in orde is, dat we onze emoties nog niet onder controle hebben. Het toepassen van afweer verhindert ons stappen te nemen om de Window of tolerance te vergroten. We zitten geblokkeerd.
En wanneer die coping -systemen niet meer voldoen, wanneer de clusters van negatieve gedachten in ons onbewuste te groot geworden zijn, beginnen wij slecht te functioneren. We zijn onszelf niet meer. We hebben in feite onze “ware zelf” zelfs nooit kunnen ontplooien door een fout in de hechting.
Wij voelen ons niet aanvaard zoals we zijn en dus durven we onszelf niet zijn.

Op dat moment worden wij de vijand van onszelf door geïnstalleerde zelfkritiek en angst is een rode draad die door ons leven loopt.

vervolg : hoofdstuk 6 Hechting

 

4 Behoeften en frustraties

diamant.jpg“Leven” kunnen wij beschouwen als “kunnen overleven”. Survival, ons eigen voortbestaan, is de sleutel tot het voortbestaan van onze soort, de mens.

Onze fysiologische behoeften zijn daardoor de eerste en de sterkste behoeften waaraan moet worden voldaan. Het streven naar bevrediging van diepe, grotendeels onbewuste behoeften van het individu is dus essentieel om te kunnen voortbestaan.
De fysiologische behoeften zijn : voedsel hebben, drinken hebben, uitscheiding, warmte, geen pijn, vachtcontact (de behoefte om een lichaam te voelen, te vergelijken met lichamelijke strokes), bescherming, veiligheid.

Deze drie laatste termen , vachtcontact, bescherming en veiligheid, zijn sterk verbonden aan elkaar. In de eerste levensjaren lijken ze ook een basis te zijn voor het realiseren van de andere. Immers, zolang men hulpeloze baby is, zal degene die jou bescherming biedt ook instaan voor de andere lichamelijke behoeften zonder dewelke wij fysisch niet kunnen overleven.
Daarnaast is er nog de seksuele behoefte die uiteraard in oorsprong essentieel is voor het voortbestaan van onze soort.
Aangezien de behoeften aan aandacht en waardering rechtstreeks voortvloeien uit het streven naar het gevoel van bevrediging van de primaire behoeften om te kunnen overleven, zijn deze voor ons als mens uiterst belangrijk. Zij vormen de psychische component van bescherming, namelijk het “gevoel dat men veilig is”.
In onze maatschappij zijn de fysiologische behoeften grotendeels voldaan, daardoor spelen psychische behoeften een des te grotere rol. Ze worden bij elk individu omgezet tot een grote waaier van behoeften en meer concrete verlangens die wij zoveel mogelijk proberen te realiseren om ons bevredigd te voelen.

De term “behoefte” gebruiken we voor de meer fundamentele, grotendeels onbewuste strevingen, de term “verlangen” voor de concrete vorm die ook onderling verwisselbaar is. Om bijv. je behoefte aan voedsel te voldoen, kun je kiezen uit verschillende soorten eten om voldaan te zijn. Verlangens worden dan ook gekleurd door de voorkeur, door de mogelijkheden of door de eigenschappen van ieder individu op zich.
Van de diepe behoeften en verlangens zijn wij ons nauwelijks bewust, we worden ons enkel bewust van het ongemak wanneer de behoefte of het verlangen niet voldaan wordt. We voelen dus de frustratie.
Het vermijden van frustratie is eigenlijk een streven op zich.
Frustraties door het niet voldaan geraken van bepaalde behoeften en verlangens, lopen wij constant op doordat er zich nu eenmaal allerlei gebeurtenissen voordoen gedurende ons leven. Wij gaan daar normaal mee om door onze emoties : plezierige dingen maken ons blij, verdrietige dingen maken ons bedroefd. Bang zijn hebben we nodig om gevaar te ontdekken en boos worden is de manier om een opgelopen frustratie te ventileren.

Normaliter moeten wij dus goede affecttolerantie hebben. In dat geval hoeven we het streven naar vermijding van de frustraties eigenlijk niet te hebben.
Bang zijn , als functie van alert te zijn voor gevaar, is de hoofdemotie. We worden immers angstig geboren daar we hulpeloos zijn.
Nu merken we dat bij mislukte hechting men niet meer gewoon bang voor gevaar is maar een angst buiten proportie heeft, omdat men als het ware geen bestaansrecht heeft, dus fundamentele angst om niet te mogen “zijn”. Een vorm van doodsangst.

Het constant angstig zijn maakt dat men eigenlijk niet meer adequaat kan reageren op gebeurtenissen. Men verliest zichzelf in teveel emotie of men verdringt emotie om het niet meer te voelen. Teveel emotie is controleverlies, wat ook weer leidt tot angst.
Ook kwaadheid geraakt buiten proportie : enerzijds wordt het onderdrukt, verdrongen, zowel door het gevoel van niet aanvaard te worden zoals men is, als door signalen die gegeven worden dat men “moet braaf zijn”, een negatieve stroke van: “kwaad zijn is niet goed”.

Dit lijkt een voorwaardelijke stroke omdat het over “boos gedrag” lijkt te gaan, mijns inziens is het echter een onvoorwaardelijk stroke : emoties zijn immers essentieel voor een mens. Het is onze manier van coping met de moeilijkheden en gevaren van het leven. Het niet toelaten van gezonde kwaadheid is dus zeer destructief.
Anderzijds wordt kwaadheid omgezet naar agressie tegenover anderen via afweer.

En soms is het een teken van volledig controleverlies wanneer men woedend wordt.

Deze twee vormen, agressie en woede, maken dat het natuurlijk moeilijker wordt om het onderscheid te maken met gezonde kwaadheid die elke mens moet bezitten .
Bij mislukte hechting heeft men dus geen gewone angst voor gevaar meer, maar een fundamentele angst van niet aanvaard te worden, niet onszelf te mogen zijn. Iedereen wil zich bemind voelen omdat het rechtstreeks verband houdt met ons bestaansrecht . Die fundamentele angst proberen wij weg te werken via afweersystemen.

vervolg : hoofdstuk 5 Afweersystemen