11 Therapie

if you wait for perfect conditions

Al deze beschouwingen zouden kunnen leiden tot een doemdenken over mislukte hechting en doen besluiten “dat het mislukt is en er nu eenmaal niets aan te doen is”. Maar niets is minder waar. Het is niet omdat iets moeilijk is dat het onmogelijk is.
Wellicht zorgt ons survival mechanisme eveneens voor de mogelijkheid dat, wanneer iets verkeerd gelopen is, wij in staat blijken tot herstel op een andere manier, via hulp van iemand anders.
Zo kunnen wij het succes verklaren van psychotherapie.
Ondanks de zogenaamde verschillen in de scholen die zijn ontstaan sinds eind 1800 kunnen we stellen dat elke therapie berust op het vormen van en specifieke band tussen cliënt en therapeut, die in feite vergelijkbaar is met de band met een hechtingsfiguur.
Het creëren van een “veilige omgeving” is zeer belangrijk. Elke therapie waar dat gevoel van veiligheid er niet komt voor de cliënt in de relatie met de therapeut, is gedoemd tot mislukken. Bovendien is het ook zeer belangrijk de cliënt te laten veiligheid ervaren, zowel in de praktijkruimte als daarbuiten. Vandaar het belang van het “installeren van een veilige plek” waar de cliënt zich in zijn verbeelding kan terugtrekken en veilig voelen. Hij leert zo ook controle krijgen over zijn angst.
Als integratief therapeut leer je wat groeien is : het komt neer op een steeds beter functionerend ego opbouwen, dus meer en meer je “ware zelf” worden. Groei induceren bij een cliënt kan op 3 manieren gebeuren : inzicht bijbrengen, vaardigheden aanleren en bevrijden van het storend effect van vroegere traumatiserende ervaringen.
Er wordt dus in feite gewerkt om meer zelfvertrouwen te creëren, inzicht te krijgen in de mechanismen die werken en ons soms blokkeren, een nieuwe manier van reageren ontwikkelen wat neerkomt op meer affecttolerantie en leren emoties gebruiken voor het verwerken van tegenslagen, en je negatieve kantjes leren kennen zonder jezelf te veroordelen,….
In de Cliënt- centered therapie staat het belang centraal van empathie, dit is : veiligheid creëren, onvoorwaardelijke aanvaarding van de cliënt, laten blijken dat wat hij vertelt waardevol is, verhogen van het zelfvertrouwen. Verhogen van zelfvertrouwen kan door het geven van positieve strokes.

Dit vinden we niet alleen terug in de Transactionele analyse theorie maar komt herhaaldelijk terug. In het eerste opleidingsjaar was het verhogen van het zelfvertrouwen een doel op zich. Herhaaldelijk kreeg men positieve waardering voor hetgeen men presteerde, iedere deelnemer ontving opgemerkte“positieve eigenschappen”vanwege elke klasgenoot…..
Cognitieve therapie legt de nadruk op het ontdekken van negatieve cognities en ze ontkrachten,waarna positieve cognities moeten eigen gemaakt worden.
Focusing vertrekt van hoe men zich lichamelijk voelt. Wat onbewust verdrongen is, vertaalt zich immers naar symptoomtaal, zegt men in het circulair systeemdenken. Soms heeft men gewoon een gevoel van onbehagen, een spanning in het lichaam. Door daar op te focussen kan men zich via beelden( trauma’s worden als beelden opgeslagen) bewust worden van wat er aan de hand is.

Daarbij leert men de blokkerende mechanismen kennen via de Interfererende Karakters die opduiken. Deze leert men buiten zichzelf plaatsen, daardoor probeert men hun werking te verhinderen zodat betere systemen kunnen geïnstalleerd worden. Het is ook zeer belangrijk dat men “wat er zich aandient vriendelijk ontvangt”.
Dit vriendelijk zijn voor jezelf leert men ook bijv. door de “rechtbank techniek” van de cognitieve gedragstherapie.
Mijns inziens is ook een houding vergelijkbaar met “atunement” belangrijk in therapie. De cliënt ervaart dat je er bent voor hem, dat hij op je kan rekenen op momenten dat hij het nodig heeft.

Dit blijkt niet altijd even gemakkelijk omdat sommige cliënten natuurlijk door het systeem waarin zij vastzitten, eerder manipulatief gaan optreden, wat moeilijk ligt voor een therapeut . Er is immers slechts beroepshalve een relatie gecreëerd.

Ik kan niet ontkennen dat men enerzijds zijn eigen grenzen als therapeut moet bewaken, en anderzijds dat sommige cliënten baat hebben bij een vaste structuur, als hun leven nogal chaotisch verloopt of wanneer zij bij depressie niet de nodige kracht vinden om het heft voldoende zelf in handen te nemen. Toch denk ik dat het bij een groot deel van de mensen die vastzitten in te lage niveaus van de ontwikkelingscyclus, heel belangrijk is dat men dat gevoel van afstemming kan nabootsen.

Eigen ervaring met therapeuten die je “vast” willen houden, onder het mom van “weerstand”die moet onderzocht worden of een andere soort van”moeten terugkomen”, leerde mij dat dit nefast is voor het vertrouwen in die therapeut. Aangezien het vertrouwen essentieel is voor het zich veilig voelen van de cliënt, mogen we als therapeut dit niet onachtzaam bekijken.

Samengevat proberen wij in therapie bij de cliënt veilige hechting te installeren.

vervolg : hoofdstuk 12 Tweelingzielen  en soulmates

10 Geluk, verliefdheid, liefde en passie

Als hechting met de hechtingsfiguur veiligheid betekent en het wegnemen van angst, dan zouden we kunnen stellen dat het aangetrokken voelen en het veilig voelen bij iemand die men vertrouwt het gevoel “liefde” is.

Het onthechten, het loslaten van die figuur, het ontwikkelen van een eigen zelf en dus het leren op zichzelf vertrouwen, leidt tot een tevreden gevoel met zichzelf, een vorm van eigenliefde die maakt dat we ons blij voelen. Dit zouden we kunnen noemen “geluk”.
Liefde heeft dus te maken met vertrouwen in een ander, geluk heeft te maken met zelfvertrouwen.

Geluk kan dus niet ontstaan zonder liefde.

Wat is dan” verliefdheid”? Dit is een soort opwekken van symbiose, een eerste hechtingsfase gelijkend op de psychotische fase van de pasgeboren baby, met weinig realiteitsbesef. Men moet immers een blindelings vertrouwen hebben in de persoon tot wie men zich richt.

Verliefdheid is dus blind.

Herinneren we hier wat beschreven werd door prof. Kuiper als “regressie ten dienste van het Ik, die noodzakelijk is voor de ontplooiing” als “een toestand van gelukzaligheid die gelijkt op de symbiose met de moeder”. Dit gevoel van samensmelten en die basisgelukzaligheid maken dat men het aandurft te proberen op die ander te vertrouwen.
Wanneer elke partner in de liefdesrelatie meer zichzelf begint te worden, een fase van” onthechting”, zich meer losmaken van, dan gaat de verliefdheid over, en dan moet blijken of men de partner genoeg vertrouwt, of er samenleven mogelijk is, of er stabiele liefde is.

Mensen stralen bepaalde dingen uit, ons onbewuste vangt signalen op van hoe die persoon is, en kan normaliter daarop gebaseerd vermoeden dat de kans groot is dat de verliefdheid over zal gaan in liefde. We zijn als mens (nog )niet volmaakt maar wanneer we voldoende goed functioneren, dan zal die partnerkeuze vrij goed verlopen.

Is het eigen hechtingsproces echter verkeerd gegaan, dan is de kans groot dat men via het revancheprincipe onbewust aangetrokken is , verliefd wordt op de verkeerde partner, degene die eigenlijk niet past maar waarvan men onbewust verwacht dat de die opgelopen frustraties zal oplossen.
Hoe groter de frustratie en dus hoe groter het revanchestreven, hoe meer moet overwonnen worden. Men krijgt dan eigenlijk te maken met frustratiepropulsie : d.w.z. hoe groter de frustratie, hoe groter de ” passie” die wordt opgewekt. Passionele verbintenissen zijn altijd gebaseerd op pijn en tekenen daarin ook hun eigen doodsvonnis.

Graag zien mag geen pijn doen.

Partners lijden er uiteindelijk onder dat de frustratie niet wordt opgeheven.

Sommige partners gaan dermate uitputtende investeringen aan, dat zij er uiteindelijk onderuitgaan . Men zegt soms dat zij “teveel houden van”, maar deze term vind ik verwarrend . Het is eerder een “houden van op een verkeerde manier” . Men cijfert zichzelf weg met te veel uitputtende toegevingen zonder ooit de waardering te ontvangen waarbij in eerste instantie de frustratie is ontstaan, nl. het mogen zichzelf zijn. Het is eigenlijk een cirkelbeweging van “zichzelf wegcijferen om zichzelf te kunnen zijn”. Dat is onmogelijk.vindt jezelf

”Onvoorwaardelijke liefde” verschilt ook van liefde. Het betekent eigenlijk onvoorwaardelijke aanvaarding. Het kan bij een kind enkel van de ouders uitgaan, zij mogen van hun kind niets verwachten.

Verwachtingen zijn voorwaardelijke liefde : ik zal jou enkel aanvaarden als je zo bent, als je je zo gedraagt….Verwachtingen wijzen, zoals eerder gezegd, op frustratie.

Krijgt men onvoorwaardelijke liefde, d.w.z. aanvaarding, dan reageert men erop met liefde, dit is een soort mix van warmte, genegenheid, respect,…die door de andere als het ware verdiend wordt.

Liefde is dus een reactie en kan daardoor eigenlijk niet gevraagd of geëist worden.

In een goede liefdesrelatie geven de partners elkaar onvoorwaardelijke liefde, het is te zeggen aanvaarding van hoe de andere is, en responderen daarop met warmte en genegenheid voor elkaar.

vervolg : hoofdstuk 11 therapie en hoe dat werkt

9 Patriarchale maatschappij

Hoe komt het nu dat in onze maatschappij, waar de primaire fysiologische behoeften grotendeels voldaan zijn, toch zoveel mensen slecht functioneren?

Natuurlijk kunnen er soms aangeboren fouten in de hersenen zijn die een goed functioneren belemmeren. Mensen waar de neurologische huishouding van chemische stoffen die ons lichaam doet functioneren, zowel fysisch als psychisch, door een “technisch” mankement, een handicap, niet naar behoren kan werken

Een groot deel van psychisch slecht functioneren, en alleszins bij de cliënten waarmee je als therapeut wordt geconfronteerd, is echter te wijten aan louter foutlopen bij het opbouwen van een eigen zelf : te weinig zelfvertrouwen, gebruik van zeer veel afweer, fixatie in een bepaalde functioneringswijze, lichtere tot zwaardere vormen van psychische stoornissen, zeer veel frustraties,…

dit zijn de kenmerken die ons opvallen bij hen.

En vooral moeite met relaties in diverse vormen: sociale omgang in het algemeen, de relatie met de ouders, de partnerrelatie, de relatie met eigen kinderen.

Hier wordt mijns inziens duidelijk dat de oorzaak ligt bij hechtingsproblemen, met name het niet op een juiste manier kunnen hechten aan de zorgfiguren, met als gevolg een slechte opbouw van hun ego, hun ware zelf. Deze mensen “zijn niet zichzelf”.

Waar is het fout gelopen ?
De basis voor goede hechting zijn de hechtingsfiguren, de ouders die de kinderen opvoeden, leren hoe zich te handhaven in de omgeving, de maatschappij. In principe worden zij gedreven door het voortzetten van de soort, en zullen zich zo goed mogelijk van hun taak kwijten. Echter doordat zijzelf reeds beschadigingen opliepen, frustraties opstapelden, functioneren zijzelf al niet perfect en zijn dus soms niet in staat op een adequate manier te reageren op de signalen van angst van de baby, zijn nood aan veiligheid.

Ook op latere leeftijd wordt het kind dan nog geconfronteerd met de afweersystemen en frustraties en verwachtingen vanwege zijn ouders, en raakt zo niet voldoende tot opbouw van een evenwichtig ego, integendeel, hij raakt zelf verstrikt in afweer.

Wat is de oorsprong van het mislopen in onze maatschappij?
Mijns inziens ligt een grote fout bij het patriarchale systeem.

Reeds lang wordt de man anders bekeken dan de vrouw. Ik begreep nooit waarom Adam een voetje voor had op Eva. Naast het “minder belangrijk vinden” van meisjes, hun geen voldoende aandacht en waardering geven, worden ze zelfs nog dikwijls beschouwd als “slecht”. Naast het verhaal van Eva zijn nog voorbeelden legio.
Recente studies over geluk wezen eveneens uit dat een gemeenschap zich meer gelukkig voelt naarmate gelijkheid tussen mannen en vrouwen meer een feit is.
Ondanks fysische verschillen zijn mannen en vrouwen feitelijk psychisch hetzelfde. Een baby, meisje of jongen, heeft dezelfde fysiologische behoeften. Eerst en vooral overleven.
De moederborst voor voeding is er slechts enkele maanden nodig, maar de nood aan koestering en veiligheid, aan hechting voor het opbouwen van een ego, aan het aanleren van vaardigheden door zijn rolmodellen om te kunnen functioneren als individu in onze maatschappij, dit alles is gelijk.

En daarin hebben de vader en de moeder beiden dezelfde functie en dezelfde verantwoordelijkheid, volgens mij.
We zouden het als volgt kunnen bekijken : genetisch gezien is een kind samengesteld uit een deel van de moeder en een deel van de vader. Alhoewel het eigenlijk een eigen entiteit is, gelijkt het dus toch zowel op de vader als op de moeder. Aanvaarding en bevestiging vanwege de beide” zijden” is dus eigenlijk nodig om het kind zichzelf te kunnen laten worden. Onvoorwaardelijke aanvaarding en voldoende voorwaardelijke positieve strokes zijn dus nodig zowel van de kant van de moeder als van de vader.
Mijn visie is dat het creëren van een ongelijkheid tussen mannen en vrouwen sommige moeders zodanig frustreerde, dat zij dermate slecht begonnen te functioneren zodat zij onmogelijk in staat waren adequate hechting te geven aan hun kind, zodoende frustraties en tekort aan zelfvertrouwen doorgevend aan hun zonen en dochters….

eens het ergens verkeerd gelopen was installeerde zich een zich eindeloos herhalende cyclus door het revanche principe, generatie op generatie van gefrustreerde verwachtingen en van verkeerde partnerkeuze.
In sommige perioden leidde de ongelijkheid soms zelfs tot het zich onttrekken van de ouderlijke plichten door het afstaan van de baby aan een min, gevolgd door opvoeding door een gouvernante.

Alles draaide immers rondom de man en de vrouw kon zich slechts wat aanzien verwerven door zich als een aanhangsel van hem te gaan opstellen.

Elisabeth-Badinter
Elisabeth Badinter schreef in haar boek “De mythe van de moederliefde” hoe het systeem van uitgeven van kinderen vanaf 1600 tot 1800 in Parijs leidde tot massale kindersterfte, 50 % van de kinderen overleefde de eerste 5 jaar niet. Het onpersoonlijke behandelen van kinderen dat dikwijls het gevolg van het uitbesteden was, is hetzelfde als geen strokes krijgen.
Zij beschrijft hoe uit bezorgdheid om onvoldoende volwassenen over te houden uiteindelijk de autoriteiten op het idee kwamen van het promoten van de moederliefde om de kindersterfte met succes tegen te gaan. Het aantrekkelijk maken van het zelf opvoeden van de kinderen werd gedaan door het opwaarderen van de huishoudelijke taken van de vrouw, door haar meer verantwoordelijkheden te geven, door haar onderwijs te geven om haar taken goed te kunnen uitvoeren, kortom door de vrouw meer aanzien te geven los van de man .

Komt Badinter tot de conclusie dat moederliefde dus een mythe is en ooit gecreëerd werd om praktische redenen, dan zou ik eerder zeggen dat de moederliefde verdwenen was onder druk van het slecht functioneren van gefrustreerde vrouwen.
Hoe vaderliefde er moest uitzien was dan nog steeds een raadsel, maar oude spreuken zoals :” wie zijn kinderen graag ziet, spaart de roede niet” spreken boekdelen. Straffen en streng zijn is lange tijd de rol van de vader geweest of : het geven van negatieve strokes…..

Het lijkt me echter evident dat liefde van de ouders, namelijk het omringen van een baby met zorg om het te helpen overleven, eigen is aan de mens, en zelfs eigen aan de meeste diersoorten. Hoe kwetsbaarder het jong, hoe meer die zorg zal nodig zijn. De mens is volgens mij het meest kwetsbare en hulpeloze wezen. Geen enkel jong is zo lang hulpeloos. Zou onze maatschappij niet voor een groot deel gekenmerkt zijn door het vormen van koppels voor de voortplanting en het leven in groep voor veiligheid tegen de natuur?

Mannen en vrouwen moeten zich in eerste instantie kunnen verweren tegen bedreigingen van buitenaf. Ook daarin zijn ze gelijk.

Martien Verreyken schrijft in haar boek “Genoeg kikkers gekust” dat bij de Neanderthalers de man de jager werd die voor voedsel moest zorgen, terwijl de vrouw de zorg voor het nest op zich nam. Naast het feit dat wij niet rechtstreeks van de Neanderthaler afstammen, heb ik nog twee bemerkingen op dit feit : nl. dat het daarmee nog niet bewezen is dat vrouwen die geen baby hadden niet gingen jagen en dat beide seksen zich toch ook moesten leren verdedigen tegen bedreiging. Hoe konden de thuisblijvers anders immers het nest verdedigen?
Misschien zijn ook mijn bemerkingen gekleurd door frustratie. Misschien komt het er gewoon op aan een bevredigende rol voor elk individu te vinden, zowel man àls vrouw.
Mijn inziens is het zo dat de theorie van Freud i.v.m. het reageren van het kind op de ouder met tegenovergestelde sekse eveneens zeer sterk gekleurd was door het strikt denken in verschillen tussen mannen en vrouwen. Er was nog geen emancipatiebeweging geweest…vrouwen mochten zelfs nog niet stemmen.
Zelfs prof. Dr. Kuiper schrijft in zijn boek, “Nieuwe neurosenleer” , daterend van eind jaren 60 : “….niet te begrijpen hoe zelfs vrouwen die in onze maatschappij zeer veel gerealiseerd hebben, toch nog blijk geven van een “aangeboren” minderwaardigheidscomplex….”. Dit spreekt letterlijk boekdelen….
Eeuwen en eeuwen patriarchaal systeem hebben bij iedereen sporen nagelaten, denk ik.

Natuurlijk zullen ook nog andere factoren een rol spelen, we kunnen bijv. denken aan de gevolgen van de twee wereldoorlogen, met vele getraumatiseerde of alleen achtergebleven ouders tot gevolg.

Wat betreft de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen in onze westerse wereld is er wel een kentering, denk maar aan de gelijke kansen in onderwijs.

In de jongere generaties wordt de gelijkheid steeds meer een feit : de nieuwe man hoeft niet meer de voornaamste kostwinner te zijn, de huishoudelijke taken worden meer verdeeld, baby’s verzorgen en kinderen opvoeden wordt meer en meer door beide partners gedaan.

Er is hoop op evenwichtiger relaties van evenwichtiger ouders die het hechtingssysteem optimaal kunnen laten functioneren…
Rest nog alleen de grote hoeveelheid mensen die met zichzelf worstelen , waar het hechtingsysteem met de ouders faalde, en die nood hebben aan hulp .

(nota : vrij recente ontdekkingen van scelletten van Neanderthalers in Spanje hebben aangetoond dat de rechterarm van de vrouwen even gespierd was als van de mannen, wat zou kunnen wijzen op het feit dat ze beiden gingen jagen met speren)

vervolg : hoofdstuk 10 Geluk, verliefdheid, liefde en passie

8 Praktijkvoorbeelden

Naast een aantal sociale omgevingsfactoren die a.h.w. de fysiologische behoeften beïnvloeden zijn er ook risicofactoren op het niveau van het kind die een goede hechting kunnen bemoeilijken.

Dit kan zijn : handicap, adoptie, premature en couveuze kinderen, aangeboren stoornissen, moeilijk temperament, geboortecomplicaties, ziekenhuisopname op jonge leeftijd, te vroeg, te vaak of te lang gescheiden van moeder, te veel wisselende zorgverleners …..

deze factoren hebben allemaal een invloed op het gevoel van onveiligheid of hulpeloosheid.

Onderzoeken hebben echter aangetoond dat risicofactoren die zich voordoen op het niveau van de ouders veel zwaarder doorwegen.

Zijn zij in de mogelijkheid tot het geven van voldoende afstemming ?

of :
– Zijn zij zelf personen met onveilige hechting
– Hebben zij zelf te maken gehad met verwaarlozing of mishandeling
– Hebben zij zelf psychische of psychiatrische problematiek
– Hebben zij zelf onverwerkte trauma’s
– Zijn er relationele of seksuele conflicten in de relatie
– Gaat het om een tienermoeder
– …
Al deze factoren hebben een invloed op hoe zij met hun kind zullen omgaan en kunnen dus een ernstige belemmering zijn voor een veilige hechting.

Zonder in detail te treden, kwamen in mijn stage (7 personen) volgende factoren duidelijk naar voor :
afwezig overkomende ouders die opvoeding overlaten aan de grootouders, ouders die zeer veel aandacht hebben voor dienstbetoon naar de maatschappij en minder voor hun kinderen, ouders die door omstandigheden verhinderd zijn de opvoeding op zich te kunnen nemen, adoptie , depressieve ouder, agressieve ouder, zware relatieproblemen tussen de ouders met tussenkomst van het gerecht,…

deze omstandigheden komen de ene keer al als ernstiger over dan de andere keer, maar speelden telkens een rol.
Deze cliënten zijn allemaal mensen die gewoonlijk functioneren in onze maatschappij maar waarvan het soms “te veel” was (of is).

Het verbaasde mij hoe zij soms in afhankelijke of vermijdende relaties terecht kwamen of hoe uitgesproken de gevoelens tegenover hun ouders wel waren. De enen bleven zich constant inspannen voor de ouders voor goedkeuring die er nooit kwam, anderen haatten de ouders en wilden contact vermijden. Sommigen werden heen en weer geslingerd tussen die twee houdingen.
Bij sommigen was het herhalen van een patroon duidelijk merkbaar.
Sommigen hadden zeer veel kritiek op anderen,maar waren terzelfder tijd zeer alert voor kritiek op hun eigen persoon. Het was ook duidelijk dat zij allen in mij als therapeut en als persoon zéér veel nodige steun en bevestiging voor henzelf zochten. Allen hadden tekort aan zelfvertrouwen.

cropped-pa190022-peter-diamant-e14153560245353.jpg

vervolg : hoofdstuk 9 Patriarchale-maatschappij

7 Verwachting

Er is een nauw verband tussen iets verwachten en frustratie.

Als we iets doen bijv. een reis , dan maken we op voorhand een idee, een scenario van hoe dit er zou moeten uitzien wil het voor ons goed aanvoelen. We hebben dus een bepaalde verwachting. Slaat het tegen, dan zijn wij gefrustreerd en zullen de volgende keer onze verwachting bijstellen.
Bij goed functioneren zijn verwachtingen enerzijds realistisch en kan de frustratie dus nooit groot zijn, we zijn sneller tevreden. Anderzijds worden onze emoties op een juiste manier aangewend en hebben we goed functionerende coping geïnstalleerd zodat we tegenslagen beter kunnen verwerken.
Functioneren we minder goed dan is de kans op frustratie groot en zal in dat geval eveneens de verwachting bij een volgende keer groter zijn , omdat het frustratiegevoel moet ongedaan gemaakt worden. Het is duidelijk dat hierdoor een zichzelf in stand houdend systeem van ontgoochelingen kan ontstaan.
We zouden kunnen veronderstellen dat bij perfect functioneren zelfs alle verwachtingen wegvallen. Er zijn dan zijn dan enkel ”gebeurtenissen” en hoe wij daarmee omgaan om het te verwerken.

In relaties zijn bij werkelijk genitaal functioneren wellicht frustraties en verwachtingen onbestaande, alle behoeften zijn immers voldaan.

Meestal is dit niet het geval en zijn we nog ver verwijderd van dit optimaal functioneren. We zullen nog de behoefte tot waardering hebben en deze waardering zoeken in relaties met anderen rondom ons. Wij zullen dus verwachtingen hebben van al deze mensen.

En zeker in liefdesrelaties zullen wij vaak bepaalde frustraties via het revanche -mechanisme willen ongedaan maken door tussenkomst van die andere persoon. Bij grote frustratie uit zich dat in het hebben van bepaalde onrealistische verwachtingen naar de partner toe.

Een patroon van blijven proberen wordt gevormd met steeds maar meer opgestapelde frustratie. Men kan immers niemand veranderen in een persoon die reageert zoals men zou willen.

De ontgoocheling treft meestal beide partners omdat zij elk hun eigen specifieke verwachtingen hebben maar zij reageren elk op hun eigen manier op de opgelopen frustraties met eigen afweersystemen, manieren van functioneren of psychische stoornissen.
In sommige gevallen leidt het tot zichzelf wegcijferen voor de andere of soms komt het tot agressief gedrag.
In onze maatschappij zijn het vooral vrouwen die “te veel houden van” hoewel er zeker ook mannen zijn die té veel investeren in een relatie.

Er is een verband met de fixatie in de orale fase : het gevoel van niet aanvaard zijn en machteloos staan daartegenover zodat men zijn eigen behoeften wegcijfert om toch maar goed gevonden te worden. Wellicht blijven meer vrouwen steken in de orale fase dan mannen door tekort aan aandacht voor meisjes .

Het agressief gedrag zou eerder bij mannen voorkomen.

Er rust echter een maatschappelijk taboe op mishandeling van mannen door vrouwen. “Watjes” worden minachtend bekeken in onze “mannenwereld” van de patriarchale maatschappij. Onderzoekingen brachten aan het licht dat bij mishandeling in een relatie evenveel keer mannen het slachtoffer zijn als vrouwen. Gaat de agressieve man eerder zijn vrouw slaan en schoppen, dan gaan vrouwen eerder gebruik maken van pijn veroorzaken, door bijv. kokend water te gebruiken. Bovendien is er bij mishandeling ook altijd sprake van een psychische component, namelijk vernedering, en dit wordt zowel door mannen als vrouwen evenveel gebruikt .Gelijkheid tussen mannen en vrouwen krijgt hier wel een bittere bijsmaak.

Een groot deel van relatie-ellende blijft echter verborgen in zogenaamde “normale” relaties die weliswaar bijeenblijven maar waar de partners zich niet gelukkig voelen of depressief worden. Zelfs een uiteindelijke breuk is nog geen garantie tot geluk.

Verwachtingen hebben een link met voorwaardelijke liefde : “ik zal van je houden als je zus of zo bent, of als je dit of dat doet”. Het zou kunnen dat men hier via het “slachtoffer wordt dader”-principe een tekort aan onvoorwaardelijke liefde met een hechtingsfiguur probeert te verhalen op de partner.
Verwachtingen hebben ook een link met “niet kunnen genieten in het hier en nu”. Immers , hetgeen men verwacht, moet zich altijd realiseren in de toekomst. Men creëert dus een verlangen, een hunkering waarvan de bevrediging in de toekomst moet gebeuren. Zo loopt men eigenlijk constant gefocust op de toekomst en kan men niet tot rust komen in het nu.
Verwachtingen zijn onlosmakelijk verbonden met voorwaarden : “als dit of dat gebeurt, zal ik gelukkig zijn”. Meestal komt men dan echter tot de vaststelling dat het eigenlijk nog niet zo is, zonder te begrijpen waarom, en stelt men zijn verwachtingen bij : men zoekt een ander “doel” om na te jagen. Uiteindelijk kan men uitgeblust geraken of de moed verliezen dat men ooit gelukkig kan zijn.
Men maakt zich in het “nu” ook constant zorgen : “wat als het nu eens niet zo uitkomt, wat als het nu eens niet lukt, wat als….” . Dergelijke piekerende overwegingen dragen uiteraard niet bij tot een geluksgevoel.

Dr. Gerald Jampolsky schrijft in zijn boek : “Teach only love” hoe wij ons moeten ontdoen van verwachtingen :
Hij ondervond als dokter dat een mens geen angst voelt op het moment dat hij anderen helpt. Ook als therapeut voelen wij dat wij onze eigen zorgen vergeten wanneer wij ons empatisch naar de cliënt gaan opstellen en dat wij rustiger worden.
Jampolsky concludeerde dat zich opstellen met onvoorwaardelijk liefde naar een ander de manier is om jezelf te genezen van je eigen angst. Ga naar een ander toe met welwillende liefde zonder te oordelen, kijk wat deze persoon voor jou zal kunnen doen zonder op voorhand iets te verwachten. Neem daarvoor een houding aan van te kijken wat deze persoon jou zal kunnen leren i.p.v. omgekeerd, want anders verwacht je iets terug of wil je met je raad die persoon veranderen, vindt hij.

“Iets willen veranderen is een vorm van strijd, iets willen wat alleen in de toekomst mogelijk is, belet ons om nu gelukkig te zijn. Kies voor jezelf een doel dat nu kan worden bereikt”, d.w.z. leer minder te verwachten.
Ook ongevraagd raad geven blijkt dus een vorm van verwachting creëren, van voorwaardelijk omgaan.

vervolg : hoofdstuk 8 praktijkvoorbeelden