2 Transactionele Analyse

eric-berneEric Berne bestudeerde in zijn Transactionele Analyse de manieren van interactie tussen mensen.
Hij concludeerde dat er in feite 5 mogelijkheden zijn om met iemand om te gaan.

Hij noemde de uitingen van hoe wij iemand waarderen “strokes”. Dit woord heeft zowel een positieve betekenis , “streling”, als een negatieve,” slag”. Je kunt immers positief beoordelen, wat wij kunnen waardering noemen, als negatief, wat wij kunnen kritiek noemen.

Signalen van beoordeling die wij in interactie met anderen ontvangen worden in ons onbewuste opgeslagen en dienen om ons zelfbeeld te vormen.
Het gaat hier om de psychische behoefte aan erkenning , nodig voor de psychologische ontwikkeling, maar evengoed is er een fysische component : aanraken is nodig om lichamelijk te overleven (nood aan prikkels).

Dit is een fundamenteel uitgangspunt in de TA : we hebben allemaal lichamelijke en psychologische strokes nodig want , zelfs al zijn ze negatief, ze zijn van even vitaal belang als zuurstof, voedsel en water. Emotionele en zintuiglijke ontbering leidt via apathie naar degeneratie van het zenuwstelsel en kan leiden tot de dood. Dit is reeds in verschillende experimenten en onderzoeken aangetoond.
Wanneer we de psychische strokes bekijken concludeerde Berne : er zijn

1 onvoorwaardelijk positieve strokes , die onvoorwaardelijke aanvaarding van ons als persoon inhouden, die ons zeggen : jij bent o.k.

2 voorwaardelijk positieve strokes , die goedkeuren hoe ons gedrag is : wat jij doet is o.k.

3 voorwaardelijke negatieve strokes : wat jij doet is niet o.k.

4 onvoorwaardelijk negatieve strokes : jij bent niet o.k.
Deze laatste is een hele destructieve manier van met iemand omgaan, het raakt zijn hele wezen, hij wordt niet aanvaard zoals hij is.
We kunnen stellen dat men veel onvoorwaardelijk positieve strokes nodig heeft omdat men zichzelf aanvaard zou kunnen voelen. Dit komt overeen met wat we onvoorwaardelijke liefde van de ouders noemen.
Daarnaast heeft men ook voorwaardelijke strokes nodig. Deze hebben betrekking op waardering voor wat we doen. Mijns inziens dienen zij om ons gedrag te sturen, ons te leren wat kan en mag.

Dus zowel positieve als negatieve kunnen we gebruiken maar wanneer de negatieve strokes echter overheersen, maakt een individu uiteindelijk een negatief zelfbeeld aan,”ik doe nooit iets goed”, waardoor hij slecht begint te functioneren.
Er is nog een 5de manier namelijk het ontbreken van strokes. Dit is het meest destructieve van alles, een mens kan niet overleven zonder strokes.
Mijns inziens leidt het ontbreken van strokes door een zorgfiguur tot een groot gevoel van verlatenheid, met een kenmerk van “leegte”. Dit wordt eveneens beschreven als één van de typische kenmerken van borderline stoornissen . De ernst zal waarschijnlijk variëren : waren er weinig of waren er géén strokes? Was één of waren beide zorgfiguren in de onmogelijkheid ze te verstrekken?
De Transactionele Analyse zegt verder dat het leerproces dat wij van onze prilste jeugd doormaken door het opnemen van strokes in ons onbewuste als basis voor het opbouwen van een zelfbeeld, onze manier van ageren op latere leeftijd bepaalt, meer specifiek in alle interacties die we meemaken en in alle relaties die we aangaan.
Iemand die aangeleerd is negatieve strokes te ontvangen, zal dus in alle interacties deze als “aangenaam” of “passend” aanzien indien hij dat patroon weer herkent.

Wij zijn dus geneigd om steeds hetzelfde patroon op te zoeken zelfs al voelen wij er ons niet goed bij. Andere patronen laten wij links liggen, want we “herkennen” ze niet. We zullen dus geneigd zijn om relaties op te zoeken die ons dezelfde strokehuishouding bezorgen.
Dit noemt Berne het “levensscript”
Hier herkennen we eveneens het feit dat sommige mensen heel moeilijk positieve waardering kunnen accepteren. Zij minimaliseren het of proberen het af te doen als verkeerd inzicht vanwege de andere. Zij hebben immers “niet geleerd” positieve strokes te aanvaarden.
We kunnen ons levensscript enkel veranderen via inzicht en aanpassingen in de strokehuishouding, nl meer positieve strokes toelaten (vergelijkbaar met het verhogen van zelfvertrouwen door het geven van positieve complimenten bij andere therapieën).
Dit kan maar wanneer we ons eerst bewust worden van de bestaande beperkingen en eveneens van de wijze waarop we onze eigen negatieve strokehuishouding in stand houden.( vergelijkbaar met interfererende karakters en negatieve cognities ) .

Nog volgens Berne heeft elke persoon een structurele indeling van een persoonlijkheid.
Een persoonlijkheid bestaat uit wat hij noemt ego-posities : Kind, Volwassene, Ouder. Ze zijn opgebouwd via onze ervaringen vanaf de prilste kindertijd. Vanuit elk van deze ego-posities kan men ageren wanneer er interactie is tussen 2 personen.
– in de Ouder positie handel en praat ik zoals ik vroeger mijn ouders en opvoeders heb zien praten.
– in de Volwassen positie verzamel ik gegevens, overweeg ik mogelijkheden, neem beslissingen. Ik denk na over de gegevens die ik van de omgeving krijg, rekening houdend met mijn normen en gevoelens gericht op het hier en nu.
– in de Kind positie handel ik zoals ik vroeger als kind dacht, voelde of handelde. Veel dingen die ik als kind deed doe ik nu nog.
Een psychisch evenwichtige, gezonde, volwassen mens heeft een bepaalde verdeling van de posities die hem in staat stellen juist te ageren op anderen : 20% Ouder positie, 35% Volwassen positie en 45% Kindpositie.
Mijns inziens verwijst de Kind positie eigenlijk naar onze “zelf”, onze eigen “Ik”, hoe wij zijn zonder invloed van anderen. Het is dan ook logisch dat dit het grootste gedeelte van een goed functionerend individu uitmaakt.
De TA maakt daarom gebruikt van deze structurele analyse van een persoon om te ontdekken of er geen “fouten” optreden die een aanwijzing zijn van slecht functioneren. Therapie bestaat dus in het weer in evenwicht brengen van de goede werking van elke positie.
In feite kunnen we nog subcategorieën bekijken, die feitelijk ontstaan doordat degenen die optraden als ouder of opvoeder, eveneens ageerden vanuit de Ouder, Volwassen en Kind posities.
Daaruit vloeit verder nog een meer gedetailleerd onderscheid, bestempeld als” functionele analyse” omdat het verband houdt met wat de ego-positie ”doet” :
*Ouderpositie:
– Kritische Ouder : die bekritiseert, veroordeelt, en stelt grenzen en beschermt (negatief : veroordelend, afkrakend, en positieve component :normstellend)
Voedende Ouder :zorgt, moedigt aan, troost en stimuleert (positief, negatieve component : overprotectief, reddend)
Beiden evenredig verdeeld in de Ouder positie
*Volwassen positie blijft: neutraal, info geven en krijgen
* Kind positie:
– Het Vrije Kind : staat niet onder de invloed van Ouderlijke beperkingen en verwachtingen, hoeft zich niet aan de regels te houden. Beslaat bijna de helft van de Kindpositie.
– Het Aangepaste Onderworpen Kind :onder de invloed van de ouders, coöperatief , acceptatie van regels en ervaring. Bijna ¼ van Het Kind
– Aangepaste Rebellerende Kind :verzet zich tegen de invloed van de ouders , eveneens ongeveer ¼ van Het Kind
– Kleine Professor :deze beslaat een klein gedeelte van Het Kind en is opgebouwd via de Volwassen positie in het Kind. De Kleine Professor weet het altijd beter en geeft uitleg. Als jong kind wist hij heel precies waarmee hij ouders of andere gezinsleden mee kon plezieren of mee kon het bloed onder de nagels vandaan halen.
Om goed te functioneren in onze maatschappij moeten dus deze ego-posities allemaal in de juiste proportie voorkomen en moet men bovendien in interactie met anderen in staat zijn om te ageren vanuit de juiste positie. Op beide vlakken kunnen zich problemen voor doen.
Mijns inziens kunnen wij in deze opbouw van het ego delen herkennen die beschreven zijn via de ontwikkelingsstadia van de behoefte aan waardering gebaseerd op Freud. Volgens mij is het dus zo dat wij al deze stadia moeten doorlopen en ons de manieren van ageren in elk stadium moeten eigen maken en in een juiste proportie moeten bezitten zodat wij in elke interactie met mensen en op elke onverwachte gebeurtenis in het leven gepast kunnen reageren terwijl wij ondertussen een gezond ego opbouwen, meer en meer onszelf worden, zelfvertrouwen krijgen.

De stadia zitten als het ware reeds bij ons ingebouwd maar we moeten ze leren ontwikkelen.
In een utopische, perfect genitaal werkende maatschappij zouden wij volledig onszelf kunnen zijn, wat misschien neerkomt op het Vrije Kind zijn en kunnen doen wat de Volwassene doet . Buiten de maatschappij die wij zelf als mensen zouden kunnen opbouwen tot meer perfectie, zijn er echter nog steeds omstandigheden waar wij geen vat op hebben : natuurrampen, ziekten… en uiteindelijk ook de dood. Met deze gegevens moeten wij ook nog steeds gepast kunnen omgaan.

vervolg : hoofdstuk 3 Het revanche principe

1 Freud

266px-Sigmund_freud_um_1905De theorie van Freud over het ontwikkelen van een ego vanaf het vroegkinderlijk stadium waren baanbrekend voor het inzicht van het functioneren van mensen in het algemeen. Het is typisch eigen aan de mens, het onderscheidt ons van alle andere dieren.
De daarop gebaseerde ontwikkelingspsychologie van de behoefte aan waardering blijkt een belangrijke sleutel temeer daar deze evolutie zich ook herhaalt in de puberteit en blijkbaar in elke midlife-crisis . We kunnen zelfs stellen dat ze zich meerdere keren in het leven voordoet bij cruciale momenten. In feite bepaalt ze eveneens al onze interacties met anderen .
Ik overloop hier even de fasen die we kunnen onderscheiden:
1)het reflexstadium :
vlak na de geboorte is de baby zich nog niet bewust van het feit dat hij een wezentje is apart van zijn moeder, hij heeft de indruk nog verbonden te zijn met mama, zij zijn nog in een fusionele fase. Het feit dat de baby in feite nog niet goed beseft dat hij geboren is, dat er een wereld is rondom hem die “vreemd” aan hem is, maakt dat dit een psychotische fase is met weinig realiteitsbesef.
Constant wordt de baby geconfronteerd met dingen die hij niet gewoon is. In de baarmoeder waren warmte, bescherming, voeding, slaap… vanzelfsprekend. Maar nu wordt de baby telkens geconfronteerd met behoeften die niet meer automatisch ingevuld worden. Hij voelt honger, pijn, kou… maar is nu volledig afhankelijk van het inspelen van mama op zijn signalen van ongemak. Hij weet met moeite wat er gebeurt en voelt vaak angst. Het overlevingsinstinct maakt dat we van bij de geboorte alert zijn voor gevaar. Ironisch genoeg moeten we bang zijn om dood te gaan om te kunnen leven.
Deze symbiose tussen moeder en kind, is één van de belangrijkste gebeurtenissen voor het zich veilig leren voelen van een mens in de buitenwereld. Het lukken van deze fase is doorslaggevend voor het latere ontstaan van veilige hechting dan wel hechtingsproblemen. Daarbij spelen volgende zaken een rol : attunement (afstemming), empathie, affectieve resonantie (zelfde golflengte), oogcontact, vocale ritmes, plezier delen. D. Stern noemde dit constant inspelen van de mama op de baby het dyadisch proces dat zorgt voor FIT-momenten. Het koesteren en geven van warmte en geborgenheid creëert een veilig – voelen.
Naar mijn aanvoelen is waarschijnlijk is ook de houding van de papa hier van groter belang dan men aanneemt. Beide zorgfiguren kunnen de baby een gevoel van veiligheid aanleren die zijn hele verdere leven zal bepalen. Het ontbreken van een aangepast inspelen op elkaar zal de baby een verkeerde indruk geven. Het is een constant afwisselen van “hechten” en “loslaten”, “onthechten” , waarbij de zich hulpeloos voelende baby situaties van onveilig voelen probeert te mijden door telkens beroep te doen op de zorgfiguren.
Centraal staat hier dus de behoefte aan veiligheid.
Mijns inziens is de afstemming van de zorgfiguren op de behoeften van een kind, het attunement, een belangrijke basis die in feite in elk volgend ontwikkelingstadium moet herhaald worden, in een vorm die mee evolueert . Naarmate een kind zich meer en meer van zijn eigen bestaan bewust wordt, zal het zich verder en langer verwijderen van de zorgfiguren maar de bevestiging van veiligheid moet herhaald worden op de juiste manier, aangepast aan de fase van het kind. Zelfs in het volwassen leven is het nog altijd belangrijk dat men het gevoel heeft te kunnen rekenen op de ouders indien men daar nood aan heeft.

2) stadium van de bewuste reflexnabootsing :
Na enkele maanden komt bij de baby stilaan het besef dat het voldaan worden van een behoefte op zich al bevredigend is, en hij begint het leuk te vinden dat, telkens hij bijvoorbeeld weent , hij opgepakt en geknuffeld en getroost wordt. De natuurlijke reflex voor zoeken van bescherming tegen ongemak wordt nu nagebootst om de aandacht te trekken. Wenen maar ook geluidjes maken, brabbelen, grimassen trekken en later ook dingen weggooien zodat mama ze zou oprapen…alle middelen worden aangewend.
Freud noemde dit de orale fase.
Centraal staat hier de behoefte voor aandacht.
Nog steeds is het kind echter vrij hulpeloos en aangewezen op de nodige aandacht vanwege de zorgfiguren. Machteloosheid is dan ook een kenmerkend gevoel voor deze fase. Geen voldoende aandacht leidt tot een gevoel van niet aanvaard worden. “Ik ben niet o.k.”
Aangezien het kind zich ook machteloos voelt om daar iets aan te veranderen, kan het gebeuren dat het niet houdt van zichzelf. Later in het leven kan dan evolueren naar zichzelf begint te haten. Jezelf haten is een destructief gevoel dat aan de basis kan liggen van depressie.
Volgens mij ontstaat hier ook het gevoel van schaamte, aangezien men zijn eigen “zelf” niet kan aanvaarden, houdt men niet van zichzelf en is men beschaamd dat men niet anders is.
3)stadium van de concurrent :
Rond de leeftijd van 2 jaar wordt het kind zich van de omgeving meer en meer bewust. Hij ondervindt namelijk dat er ook andere wezens zijn die de aandacht van mama opeisen : papa, broertje, de hond,…..dit zijn allemaal concurrenten in het krijgen van aandacht. De enige manier die hij vindt om daar mee om te gaan is het méést aandacht trekken. We willen op dat moment het liefste, het knapste, het speciaalste gevonden worden om het meest aandacht te krijgen : de behoefte voor waardering is geboren.
Hier ontstaat dus ook de diepe behoefte om later eveneens gewaardeerd te worden in elke relatie.
De behoefte voor waardering is in eerste instantie als het ware buiten proportie, maar gaandeweg , via een soort reality testing, moet dit leiden tot een evenwichtige situatie, namelijk een evenwichtige persoonlijkheid.

Heeft de behoefte aan aandacht eerder te maken met wie we zijn, dan heeft de behoefte aan waardering te maken met hoé we zijn , waardering voor wat we doen, “wat jij doet is o.k.” .
Geleidelijk leert een kind immers met het probleem van de concurrentie op verschillende manieren omgaan. In feite gaat het over vier stappen die naar het ideale omgaan met elkaar zouden moeten leiden.
1 om meest aandacht te krijgen gaat men de anderen afbreken , als het ware uit de weg ruimen. Als kind concreet : slaan, zwart maken,roddelen…
Freud noemde dit de anale fase .
Het moment dat het kind zich bewust wordt van zichzelf als individu, apart van de buitenwereld, hangt samen met de zindelijkheidstraining : het ophouden en op het juiste moment loslaten van ontlasting. Want alles draait in die fase rond het krijgen van controle over zichzelf en terzelfder tijd over de buitenwereld. Men merkt dat een kind zich dan eveneens tegen het ouderlijk gezag gaat verzetten. “Neen, ik wil niet”.
Het wordt zich bewust van zijn “ik” en het niet meer samenhangen met zijn omgeving. In een fase van meer “onthechting” probeert het kind zich te onttrekken aan de invloed van anderen om zo zijn “eigen zelf” te vinden, en probeert via zijn eigen “ik” controle over angst te krijgen.
Waren de eerste fases succesvol, dan weet het kind reeds dat het mogelijk is angst onder controle te houden. Hij heeft een brede Window Of Tolerance en kan voldoende affect tolereren. Nu leert hij hoe hij zelf zijn angst kan bedwingen.
Hij wil zich ook niet meer zo maar neerleggen bij wat de omgeving van hem vraagt en doet een krampachtige poging tot controle over deze buitenwereld, de anderen, door zich tegen hun wil te verzetten, maar dan zonder in feite al te weten wat hij zelf eigenlijk wil.
Centraal staat hier de behoefte tot verzet en tot controle.
Uiteindelijk ontdekt men ook een andere manier om te pogen waardering te krijgen :
2 om aandacht te trekken gaat men zichzelf ophemelen, pronken met wat men al kan, soms overdrijven…eigen tekortkomingen worden handig verdoezeld , men is bang om te laten zien dat men fouten heeft.
Het constant focussen op zichzelf is een vorm van narcisme waarbij fouten handig genegeerd worden. In de juiste proportie is het een noodzakelijke stap om een “zelf” te kunnen ontwikkelen. Hier leert men immers zijn eigen mogelijkheden kennen en leert men ontdekken wat “Ik wil”.
Freud noemde dit de fallische fase
Centraal staat hier het willen uitblinken in wat verondersteld wordt dat de omgeving verwacht, focussend op zijn eigen positieve punten.
Blijkbaar loopt het hier vaak vast want onze maatschappij is grotendeels fallisch-narcistisch geïnspireerd.
Cruciaal hierbij is dat het individu nog steeds veel angst heeft om aanvaard te worden en daardoor bang is om naar zijn eigen fouten te kijken.
Ik denk dat hier het schuldgevoel ontstaat. Men voelt zich schuldig dat men fouten heeft maar reageert het handig af op de anderen via afweersystemen zoals verschuiving of projectie . Een van de meest voorkomende manieren van ageren tussen mensen in onze maatschappij is de schuld op een ander schuiven en emotionele chantage toepassen. Zo worden eigen tekortkomingen verdoezeld. Het is ook typisch dat de beschuldigende volledig blind lijkt voor zijn eigen mankementen, die hij wel bemerkt in de andere.
Schuld, net zoals schaamte, zijn blokkerende gevoelens. Een “fout” kan je nog rechtzetten maar als het jouw “schuld” is heb je het gevoel dat je er niets meer kan aan veranderen. Het blijkt dus essentieel om het onderscheid tussen schuld en fout te kunnen maken. Dit komt aan bod in een volgende stap.
Het omgaan met anderen, het optimaal functioneren in interacties en in relaties met anderen wordt in feite maar bekomen in, wat genoemd wordt, de genitale fase. Hier leert het kind dat je maar optimaal kunt functioneren als je :
3 ook de anderen kunt ophemelen en kunt complimenten geven voor hun positieve punten
4 je eigen kwetsbaarheden, je fouten en onvolmaaktheden kunt toegeven
Iedereen begrijpt natuurlijk dat dit in theorie het ideale omgaan is, want het impliceert dat ieder individu de andere de nodige waardering geeft, zodat wij elk op onze beurt overtuigd geraken van onze eigenwaarde. Zo kunnen wij in interactie met anderen onze “ware ik” ontdekken en ontwikkelen, groeien, en mogen wij “onszelf” zijn. Hoe we zijn wordt aanvaard met positieve strokes .
Dit vereist echter een groot gevoel van veilig zijn, aangezien je jezelf in een afhankelijke positie brengt waar je blindelings op de ander moet vertrouwen. En blijkbaar is dat net waar het schoentje wringt….
De eerste levensjaren leeft een kind als het ware in een mini -samenleving met mensen die het in principe goed menen en zou hij het de nodige veiligheidsgevoel moeten aanleren. Het signaal van “jij bent o.k.” is de voorwaarde om al doende te leren die optimale fase te bereiken…
Blijkbaar kunnen velen de opeenvolgende stappen niet zetten en blijven steken, wat implicaties heeft op de maatschappij die zij zelf als volwassenen vormen. Slecht functionerende ouders slagen er niet in om hun kinderen voldoende veilige basis mee te geven en het hechtingsproces mislukt opnieuw. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.
We mogen eveneens aannemen dat wij met onze neurotisch gekleurde geest niet kunnen bevatten hoe het genitaal functioneren werkelijk is. Waarschijnlijk is het op dat moment niet meer zo noodzakelijk waardering te ontvangen van anderen, we zijn ons immers van onze eigen waarde volledig bewust. We verlangen misschien geen tekenen van waardering meer, het doet misschien enkel plezier.

vervolg : hoofdstuk 2 Transactionele Analyse  

terug naar inhoudstafel